| |
|
|
Waar bevinden zich de wolken en de opklaringen?
De satellietbeelden, die foto's van de aarde nemen, geven u het antwoord.
Er zijn twee soorten satellieten: de geostationaire satellieten en de polaire satellieten.
De geostationaire satellieten bevinden zich op dezelfde plaats boven de aarde, aangezien hun omwentelingssnelheid gelijk is aan die van de aarde.
Zij bewegen op een hoogte van 36000 kilometer en nemen alle 15 minuten beelden van een groot gebied.
De polaire satellieten bewegen op een hoogte van 800 kilometer en verplaatsen zich via de meridianen over de polen. Zij zenden ons beelden die duidelijker en gedetailleerder zijn dan de geostationaire satellieten.
Zij maken trouwens meer beelden per dag van hetzelfde gebied, het gaat dus om meer actuele beelden. Bovendien worden, in tegenstelling tot geostationaire satellieten, ook de polen in beeld gebracht.
Hoe kan men wolken of opklaringen gedurende de nacht zien?
- Tijdens de dag: zichtbare beelden (VIS) zoals gewone foto's.
- Gedurende de nacht: infraroodbeelden (IR), de aarde en de wolken kunnen dan geen lichtstralen reflecteren, want er is geen zon, zij sturen evenwel de infrarode stralen terug.
De mens kan deze IR-stralen niet zien, bepaalde dieren kunnen dit wel. Evenwel zijn er camera's waarmee we IR-beelden
kunnen omzetten in herkenbaar beeld. Op deze beelden zijn de de warme voorwerpen donker en de koude voorwerpen licht van kleur.
Het hogere deel van de wolken zendt infrarode stralen naar de satellieten. Op deze hoogte is de temperatuur van de wolken meestal kouder dan de aardtemperatuur.
Bijgevolg kan men de wolken, die wit zijn, goed onderscheiden van de doorgaans warmere, dondere achtergrond van de aarde. Daar waar men het aardoppervlak kan zien, zijn er geen wolken, dus bevinden zich de opklaringen.
Daarentegen zijn de lagere wolken (zoals bijvoorbeeld mist) niet altijd goed zichtbaar via deze IR-beelden. De visuele beelden kunnen dan helpen om de lage bewolking waar te nemen.
Geven alle wolken regen?
De satellieten kunnen niet alleen IR-stralen onderscheiden. Ze kunnen eveneens de hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer meten.
De zones met een hoge hoeveelheden waterdamp zijn de zones met een hoge wolkendichtheid, terwijl er in de zones met lage hoeveelheden er weinig bewolking is.
Op deze beelden zijn de regenzones heel donder en de droge zones, evenwel met wolkendek, veel lichter van kleur.
Al deze satellietgegevens zijn zeer nuttig hulmiddelen voor de meteoroloog, vooral voor de voorspellingen op korte termijn.
De voorspeller kan op de satellietbeelden de regenzones gemakkelijk volgen en dus beter voorspellen welke route ze gaan volgen.
De satellietgegevens zorgen bovendien voor een aanvulling van de weergegevens, die in aantal toch vrij beperkt zijn. Op die manier worden de computerberekeningen nauwkeuriger, waardoor ze op langere termijn een betere weersvoorspelling geven.
De beelden van Meteosat in Darmstadt, Duitsland, zijn via geostationnaire satellieten genomen.
De beelden van NOAA, een Amerikaanse organisatie, zijn via polaire satellieten genomen.
|
|