MyKiteMeteo
Meetstations MyKiteMeteo Waterstanden + SR&SS WWFC



Tides by Pat Deman

Getijden - Waterstanden



Locatie Periode Waterstanden Zonsopgang(SR) en -ondergang(SS)


Het getij, de beweging van eb en vloed in de zee.
Dit is een verschijnsel welke door iedereen, die ooit aan de kust is geweest, wel eens gezien is.

Regelmatig komt het water omhoog en zakt net zo regelmatig weer terug. Dit ritme is voor de meesten van ons een gegeven, een natuurverschijnsel dat er altijd is geweest en er ook altijd zal zijn. Toch is het vrij simpel te verklaren.

Aristoteles bracht in de derde eeuw voor Christus de getijbeweging al in verband met de maan, terwijl Plinius de Oudere in 42 na Christus een vrij nauwkeurige beschrijving van het verschijnsel gaf in relatie tot de zon en de maan. De oudst bewaard gebleven getijtafels zijn van een Engelse monnik uit de 13e eeuw, maar getijvoorspellingen bestonden ontgetwijfeld al in de prehistorie.

Het woord getij is, evenals het engelse woord tide en het duitse woord Gezeiten, afgeleid van het woord "tijd". Dit geeft al aan dat het getij onlosmakelijk is verbonden met de tijd. Dat is logisch als we bedenken dat de basis van de getijbeweging ligt bij de schijnbare bewegingen van de maan en de zon om de aarde. Aangezien de bewegingen van deze twee hemellichamen zeer constant zijn, is het ritme van eb en vloed ook zeer constant.


Het astronomische getij
Tot nu toe zijn we er met Newton van uitgegaan dat de gehele aarde met water is bedekt. Ons uitgangspunt was dus het zogenaamde evenwichtsgetij. De werkelijke situatie is natuurlijk een stuk ingewikkelder, aangezien er wel degelijk landmassa's zijn en de aarde niet gelijkmatig met water is verdeeld. Continenten en eilanden zijn obstakels op de weg en de zee is niet overal even diep. Alleen in de buurt van de Zuidelijke IJszee, tussen 55 en 65 graden zuiderbreedte, bevindt zich een strook water die niet door land wordt onderbroken en waar de getijgolf zich ongehinderd kan voortplanten.

In de praktijk zijn de liggingen van de obstakels natuurlijk heel stabiel. We kunnen dan ook op grond van deze situatie een grote regelmaat verwachten. Alle in vorige schermen genoemde cycli zijn daarin terug te vinden. Dit voorspelbare (en daarmee berekenbare) getij noemen we het astronomische getij. Dit is ook het getij dat we in de getijtafels tegenkomen. Het is informatie die zich redelijk nauwkeurig een aantal jaren vooruit laat voorspellen. Ingrepen in de vorm van de kust door het aanleggen van dammen en dergelijke kunnen verstorend werken.

Op het zuidelijke halfrond ligt dus de oorsprong van onze getijbeweging. De getijgolf die hier wordt opgewekt beweegt zich door de Atlantische Oceaan naar het noorden en op deze reis wordt hij op verschillende manieren vervormd door de structuur van de oceaan. Na twee etmalen arriveert de getijgolf in de Noordelijke IJszee. Tijdens deze reis ondervindt hij een afwijking ten gevolge van de draaiing van de aarde. Deze Corioliskracht is op het noordelijk halfrond naar rechts gericht. Verder blijkt de Atlantische Oceaan zo groot te zijn, dat de periode van het getij ongeveer gelijk is aan de eigen periode van de Oceaan. Hierdoor ontstaat er een staande golf in de breedterichting, die er voor zorgt dat de getijhoogten aan de rand van de Oceaan hoger zijn dan je op grond van de aantrekkingskracht zou mogen verwachten.